2004 Puszta Tour Hongarije

Vrijdagavond 6 augustus vertrok Capriccio voor een tournee naar Hongarije. Het orkest had dit land ook al in 2000 bezocht en dat was goed bevallen dus voor herhaling vatbaar. Nadat een fotograaf van het Dagblad van het Noorden het vertrekkende orkest had vastgelegd, konden we nagezwaaid door familie en vrienden aan de reis beginnen. We hadden een ruime bus (gelukkig met airco) tot onze beschikking zodat de reis van 20 uur geen probleem was. Tijdens de ‘korte pauzes’ van de wekelijkse repetities op zaterdagmorgen is er immers nooit genoeg tijd om bij te praten…

Zaterdag passeerden we om 8.00 uur de Oostenrijkse grens bij Passau en om 13.00 uur de Hongaarse grens bij Sopron. Dankzij 2 blikjes cola konden we direct doorrijden. Aan het eind van de middag kwamen we in Tapolca (spreek uit: Tepóltsj) aan, een stadje niet ver van het Balatonmeer, waar we het eerste gedeelte van de tournee zouden verblijven. We werden verwelkomd door Beatrix Balogh, de vrouw van de beroemde Hongaarse klarinettist Joszef Balogh. Zij zou tijdens ons verblijf optreden als gids en tolk.

Nadat we onze intrek hadden genomen in het Student Hostel Diákotthon és Kollégium gingen we te voet naar het Szent György Restaurant. Hier werd voor ons steeds de lunch en het diner bereid. De eigenaar was vroeger klarinetleraar maar heeft nu 3 restaurants en een pianowinkel. Tapolca is een vriendelijk stadje met oude vervallen winkeltjes maar ook moderne sportzaken. (In een etalage zagen we al een affiche van ons concert hangen). Er zijn veel goed onderhouden bloemperken en om elke straatlantaarn hangt een grote bloembak. Overal rijden nog trabantjes of lada’s met ruitenwissers op de koplampen. In de hoofdstraat liepen we langs een prachtige muziekschool waar we later zouden repeteren.
De maaltijden waren steeds goed verzorgd. In Hongarije wordt twee keer per dag warm gegeten waar wij geen enkele moeite mee hadden. Combinaties als rijst, frites en kip zijn heel gewoon, een schaaltje gesneden witte kool en natuurlijk paprika ontbreken zelden. Natuurlijk moest direct het Hongaarse ijs geproefd worden en er werd druk omgerekend van forinten naar euro’s. Na de gebruikelijke briefing van John (‘AANDACHT’ - ‘DUIDELIJK’!) ging iedereen vroeg richting stapelbed.

De volgende morgen, zondag inmiddels, hadden we na het ontbijt (met paprika en tomaten) onze eerste repetitie. Omdat het erg warm was, had iedereen flesjes water gekocht. Na de lunch gingen we met de bus naar het Balatonmeer. Het landschap is indrukwekkend. Hongarije ligt op de bodem van een grotendeels opgedroogde binnenzee. Gloeiend magma brak door de rotsige onderlaag heen en vormde de basaltrotsen die het overgebleven deel van de binnenzee beletten weg te stromen. Warme bronnen zijn de laatste overblijfselen van de vulkanische activiteiten. Het meer is 77 km lang, hoogstens 14 km en minstens 1,5 km breed. Een deel van het orkest ging zwemmen ( 24 graden, inderdaad, warme bronnen!) anderen probeerden een Hongaars terras. Om 18.00 hadden we ons eerste concert in Balatonalmádi in een mooi kerkje met een bijzonder gulle dominee. De akoestiek was goed en het publiek luisterde geïnteresseerd. Het eerste concert zat erop. Hier waren we tenslotte voor gekomen.

De volgende dag was het maandag 9 augustus. Na het ontbijt konden we in dezelfde ruimte blijven repeteren. Natuurlijk werden de puntjes op de i gezet van het concertrepertoire maar John had ook een aantal nieuwe stukken meegenomen. Als rode draad liep steeds de 9e symfonie van Dvorak door de repetities, een stuk dat we ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Capriccio begin maart 2005 willen uitvoeren. ’s Middags peddelden sommigen met bootjes door de karstgrotten Tavasbarlang. Daarna gaven we een openluchtconcert in de hoofdstraat van Tapolca. Het was leuk om te zien dat de Hongaren echt de tijd nemen om te luisteren en niet direct doorlopen. Met name de Showboat-arrangementen vielen in goede aarde. ’s Avonds speelde een aantal Capriccio-leden in de Klezmer Group L’Chaim op de trappen van het Student Hostel.

Dinsdag werd ’s morgens gerepeteerd in het Student Hostel. ’s Middags gingen we met de bus naar een optreden in Balatoncsárzó, een plaatsje aan de andere kant van het meer. Hiervoor moesten we met de pont het smalste gedeelte van het meer oversteken. In Balatoncsárzó was eerst nog tijd voor een duik in het Balatonmeer, het was nog steeds erg warm, voordat we naar het kerkje reden waar het concert gegeven zou worden. Capriccio had hier vier jaar geleden ook gespeeld en had daar goede herinneringen aan. De ruimte in de Hongaarse kerken is beperkt (de banken zijn vastgeschroefd) dus werden de eerste klarinettisten in het doopvont geplaatst. Het publiek liet zijn goedkeuring blijken door het typisch Hongaarse applaus: na het normale applaus wordt er langzaam ritmisch geklapt en wordt het tempo steeds opgevoerd. Een staande ovatie kent men hier niet.

De volgende dag, het was inmiddels woensdag 11 augustus, repeteerden we in de catacomben van de Muziekschool van Tapolca. Een hele belevenis, niet in het minst omdat het er heerlijk koel was… Het effect van de dagelijkse repetities was goed merkbaar en de Nieuwe Wereld van Dvorak kreeg langzaam meer vorm.
Na een fotosessie (voor de Nederlandse media) werd er weer gezwommen in het Balatonmeer maar nu aan de noordzijde. Om aan het meer te komen moesten we voorbij een badhokje waar affiches hingen van ons concert later op de dag. Het komt niet vaak voor dat we spelen bij een temperatuur van 30 graden en 23 graden watertemperatuur! Het water voelde toch heerlijk koel aan en opgefrist reden we naar Szigliget, een voormalig eiland met 1300 inwoners. Bovenop de berg was in 1260 een burcht gebouwd die echter in 1702 op Oostenrijks bevel werd opgeblazen, zodat er weinig meer over was dan een ruïne. We hadden deze ruïne vanuit de bus al vaker zien liggen en waren benieuwd of we er met de bus konden komen. De concertopstelling stond al klaar bij een wat lager gelegen restaurant. Dit concert was absoluut het concert met het mooiste uitzicht. Met een weidse blik over het Balatonmeer Fingal’s Cave van Mendelssohn uitvoeren was een onvergetelijke ervaring.
Omdat we de ruïne toch van dichtbij wilden bekijken, beklom het halve orkest het laatste stuk en genoot van een nog mooier uitzicht en een zonsondergang. De andere helft stond te zwaaien met bijbehorend Capriccio-jargon. Luidruchtig volkje, hoorde je de bevolking denken…

Voor de repetitie op donderdag konden we weer in de muziekschool terecht. Er werden al plannen gesmeed om hier onze wekelijkse repetitie te houden met behulp van de Capriccio-jet. Na de lunch in ons huisrestaurant, (de ober zei al ‘tot ziens’), was er weer een optreden van L’Chaim . Er werd buiten gespeeld tussen het restaurant en de ingang van de grotten. De rij wachtenden werd zo aangenaam bezig gehouden, natuurlijk waren ook hier Nederlanders.
’s Middags reden we met de bus naar Monoszló voor een concert in het kerkje. Na een enthousiaste rondleiding door de kerk en bijgebouwen door de dominee maakten we een opstelling voor ons openluchtconcert. We speelden op het voormalige kerkhof, de grond liep wat af en de zon scheen fel maar er was veel publiek dat zelfs op de muren van het kerkhof zat. Beatrix trad op als tolk en zo kon het publiek de uitleg van de stukken goed volgen. Een mooie plek voor de solo van het Concerto no. 1 van C.M. von Weber.
Na het concert werden we uitgenodigd door de burgemeester van Monoszló. Ieder orkestlid kreeg een herinneringsschildje en er moest van hapjes en wijn geproefd worden. We namen hier afscheid van de restauranteigenaar/klarinettist met een ingelijste foto van het orkest als dank voor zijn hulp en gastvrijheid. Op de terugweg zetten we nog even de vriendelijke ober in het zonnetje met o.a. een Capricioos Hongaars applaus.

Vrijdag 13 augustus gingen we naar onze volgende accommodatie in Szigetszentmárton oftewel eiland St. Martin. Het is een Duits georiënteerd dorpje direct aan de Donau gelegen, 30 km. ten zuiden van Budapest. Het pension ligt aan het einde van een smal hobbelweggetje waar net plek is voor twee elkaar passerende trabantjes. Het was dus iedere keer spannend of de bus erdoor kon of dat er aangebeld moest worden om geparkeerde auto’s weg te zetten. Het pension had een prachtig balkon (voor repetities) met een mooie balustrade waar direct het spandoek van Capriccio aan gehangen werd, een patio (voor ontbijt, tafeltennis of nabesprekingen) een ontbijtruimte binnen, ruime slaapkamers, een park en een eigen steiger. Overal was de Donau te zien die overigens nog best blauw was.
’s Avonds gaven we een concert in het Cultural House van Szigetszentmárton. Iedere vrijdagavond speelt daar de plaatselijke harmonie waarvan er ook leden in de verschillende beroepsorkesten van Budapest zitten. De gitarist/cabaretier Aprily Géza was ook gast en Capriccioleden dansten op zijn muziek. Toen ook nog een Hollandse polonaise werd gedaan, zat de stemming er goed in. Overigens kreeg John ontroerde reacties op ons concert en repertoire. De avond werd afgesloten met vuurwerk en Hongaarse disco.

Zaterdag werd de markt in Ráckeve aan de Donau bezocht. De bevolking had langs de rivier allerlei waar uitgestald. Bloemen, fruit, gerookt vlees, wijn, kleding en nog levende vissen. Soms mocht je niet eens betalen:’souvenir, souvenir’! ’s Middags werd er geluierd, gelezen, gescoubidoud en in de Donau gezwommen. Na het diner was er een repetitie op het balkon.’s Avonds speelde l’ Chaim op de patio. De pianist in het restaurant naast het pension hield maar op met spelen bij deze tonen…

Zondag 15 augustus. We moesten vroeg opstaan om op tijd te zijn voor ons laatste concert. Het orkest zou deel uitmaken van de kerkdienst in Makád. Er stonden nogal wat auto’s geparkeerd op het smalle weggetje maar gelukkig kwamen we op tijd aan. Voor deze gemeente was het de eerste keer dat er een concert plaatsvond tijdens de dienst. De dominee paste haar dienst aan en gaf telkens een samenvatting in het Engels. Het Chor der Priester van Mendelssohn paste mooi in dit geheel. Na afloop van de dienst kregen we een enorm feestmaal aangeboden, bereid door de plaatselijke bevolking. De gastvrijheid was enorm en de Hongaren vonden het ook leuk met ons te praten voor zover dat lukte.
Op de terugweg naar het pension brachten we nog een bezoek aan het geboortehuis en de tentoonstellingsruimte van de Hongaarse fotograaf André Kertész in Szigetbecse. Deze fotograaf is in Amerika beroemd geworden. Het museum ging speciaal voor Capriccio open en we kregen een boeiende uiteenzetting. ’s Avonds was het de Farewell Evening, oftewel de Bonte Avond, waar juffrouw Jansen ook gitaar bleek te kunnen spelen. Joszef Balogh liet zijn klarinet zingen en we kregen een indrukwekkende improvisatie van de Hongaarse pianist te horen. Een optreden van l’Chaim volgde en we brachten nog een laatste bezoek aan de steiger.

Maandag werden alle koffers en instrumenten weer gepakt en in de bus geladen. (Bassen eerst!) Oja, de paspoorten in de handbagage…Voor de laatste keer het smalle hobbelweggetje: en ja hoor, de vuilniswagen…We reden naar Budapest waar we de hele dag de stad hebben verkend in groepjes. Sommigen maakten een boottocht naar het Margit-sziget, een eiland in de Donau, anderen bezochten zoveel mogelijk cd-winkels, bekeken de hoogtepunten van Budapest, kochten souvenirs of lieten zich natekenen. Budapest is ontstaan door het samenvoegen van 3 steden: Buda en óbuda op de rechteroever en Pest op de linkeroever van de Donau. De stad ligt mooi met het silhouet van de burcht Buda langs de rivier. Budapest heeft wel iets van Wenen maar met nog duidelijke Oostblokkenmerken. Het is een indrukwekkende stad en één dag was natuurlijk niet genoeg maar het was een leuke afsluiting van de tournee. Aan het eind van de dag vertrokken we uit een verlicht Budapest en kregen zo nog een mooie sightseeingtour. Nagezwaaid door Joszef en Beatrix begonnen we aan de terugreis.

Op dinsdag 17 augustus werden de meesten pas weer wakker in Duitsland waar er van chauffeur gewisseld werd. De terugreis verliep prima en snel. Muzikanten zijn goed gezelschap! Om 16.20 uur overschreden we de Nederlandse grens en maakte John bekend dat we als het Capriccio Clarinet Orchestra terug zouden keren in Nederland. Tegen 5 uur waren we weer op ons vertrekpunt Hoogezand waar vrienden en familieleden ons opwachtten.

We kunnen terugkijken op een fantastische tournee met veel muzikale en sociale hoogtepunten. We hebben veel gespeeld, gerepeteerd en bijgeleerd. Er zijn nieuwe contacten gelegd en toekomstplannen gemaakt. De organisatie was weer perfect (John en Rita!) en het orkest gaat zich nu volop richten op de viering van het 15-jarig lustrum. De eerste repetitie is inmiddels alweer achter de rug…